You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Alle lezers van dit tijdschrift zullen weten dat Freud gemiste zittingen liet betalen. De bekendste passage hierover is te vinden in zijn Over het inleiden van de behandeling (; Werken 6, p. 189/190). Ik citeer: ‹Wat de tijd betreft volg ik uitsluitend het principe dat ik een afspraak voor een vast uur maak. Iedere patiënt krijgt een bepaald uur van mijn beschikbare werkdag toegewezen; het is zijn uur en daarvoor blijft hij aansprakelijk, ook als hij er geen gebruik van maakt. Deze bepaling, die voor de muziek- of taalleraar in onze betere kringen als vanzelfsprekend wordt beschouwd, lijkt in het geval van de arts misschien hard of zelfs zijn stand onwaardig. Men zal geneigd zijn op de vele toevalligheden te wijzen die de patiënt kunnen beletten steeds op hetzelfde uur bij de arts te verschijnen, en zal verlangen dat er rekening wordt gehouden met de talrijke tussentijdse ziekten die gedurende een langduriger analytische behandeling kunnen optreden. Maar mijn antwoord is: het gaat niet anders. Bij een milder regiem hopen de ‹incidentele› afzeggingen zich zozeer op dat de arts zijn materiële bestaan bedreigd ziet. Als aan deze bepaling strikt de hand wordt gehouden, blijkt echter dat hinderlijke toevalligheden helemaal niet en tussentijdse ziekten maar zeer zelden voorkomen. […] De analyticus kan de arbeid ongestoord voortzetten en ontsnapt aan de pijnlijke, verwarrende ervaring dat altijd juist dan buiten zijn schuld een pauze in de arbeid moet vallen wanneer deze heel belangrijk en waardevol beloofde te worden.›
Hoe het tegenwoordig gedaan wordt door ‹de muziek- of taalleraar in onze betere kringen› weet ik niet en dat laat ik buiten beschouwing. Welke argumenten gebruikt Freud? In wezen één: een combinatie van inkomen en werk. ‹Bij een m