You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De geschiedenis van onze westerse wetenschapstraditie inzake kinderontwikkeling kunnen we reeds laten aanvangen bij Plato. Als een vereiste voor het gezond opgroeien van kinderen, in het belang van de staat, noemt hij plezier. Ook in Multatuli's Woutertje Pieterse, twee en een half millennium later, stelt de dokter ‹dat er lucht, licht, leven, beweging, genot nodig is tot ontwikkeling van ziel en lichaam›. Een van de belangrijkste indicaties voor psychoanalytische kinderbehandeling is dan ook dat het kind er niet in slaagt plezier te hebben. Kinderleed is echter van alle tijden. Dat onze kinderen nu dikwijls in heel andere gezinsconstellaties opgroeien, met zich sterk wijzigende vaderen moederrollen, verandert daar wezenlijk niets aan.
Kinderanalytici en -psychotherapeuten hebben in hun vak eveneens een evolutie doorgemaakt. Zo maakten ze de stap van pedagogische adviezen naar de psychoanalytische speltherapie, en vandaag lijkt er toenemende behoefte aan behandelingen die meer het mentaliseren dan het inzicht bevorderen. We gaan nu meer op zoek naar het affect dan naar de afweerstructuur. De jeugd van tegenwoordig heeft ‹regulatiestoornissen›, ‹ADHD› en ‹aan autisme verwante stoornissen›, diagnoses die het pijnlijke van een conflict verdoezelen. Depressie, autistische afweer, infantiele psychose en separatieangst zijn niet meer zo haar ding.
Misschien moeten we noties als ‹mentaliseren› en ‹driften› niet al te zeer tegenover elkaar plaatsen en hun béider lotgevallen in het oog blijven houden, om het psychoanalytische werkveld te bewaken en ons polymorfe instrumentarium deskundig aan te wenden. Immers onze eigen professionele ontwikkelingsfasen volgen elkaar ook niet mooi op en staan niet zelden onderling op gespannen voet terwijl ze elkaar tegelijkertijd vruchtbaar inspireren. De verschillende kijk op kinderen en op het omgaan met hun leed en pathologie blijft voorwerp van theoretische en klinische discussies.
Zo was er afgelopen zomer in Londen de boeiende conferentie