You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Ongeveer een jaar geleden is in onze intervisiegroep voor Kees een kindertherapie geïndiceerd. Kees dreigt een narcistische stoornis te ontwikkelen. Omdat hij impulsief en ongeremd is, in concrete termen denkt en slecht kan afstemmen wordt geopperd dat hij zou kunnen profiteren van mentaliserende interventies. Annelies Verheugt-Pleiter, die ervaring heeft met mentaliserend werken, stelt voor om de behandeling, die door Akke Veerman gedaan zal worden, van commentaar te voorzien.
In de loop van de behandeling vraagt Akke Veerman zich af of het model van Tronick over de wederzijdse uitbreiding van het bewustzijn een aanvulling zou kunnen vormen op het gebruik van het psychoanalytische en het op mentaliseren gebaseerde model. In het eerste deel van dit artikel, ‹Even iets anders dan brood›, beschrijft ze na één jaar behandeling hoe de therapie verlopen is en hoe het model van Tronick haar helpt de problematiek van Kees te begrijpen. In het tweede deel, ‹Mag het ietsje meer zijn?›, geeft Annelies Verheugt-Pleiter aan de hand van de vignetten van Akke Veerman aan welke aanvullingen zij zou geven om de behandeling nog meer ‹mentaliseren bevorderend› te maken.
In haar voorwoord bij het boek over kinderanalytische techniek dat jarenlang gold als het handboek op dit gebied (Sandler e. a. 1980) schrijft Anna Freud dat kinderen moeilijker analytisch te behandelen zijn dan volwassenen. Ze noemt als redenen: grotere intolerantie voor onlust en angst, onvermogen of onwil om vrij te associëren, voorkeur voor actie in plaats van verbalisatie, gebrekkige frustratietolerantie in de overdrachtsrelatie en de onvermijdelijke intrusie door ouders. In de kinderanalytische praktijk is daarom volgens haar van meet af aan geëxperimenteerd met de techniek. Dit