You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In een zonovergoten Boston had de tweejaarlijkse internationale Bionconferentie plaats, enkele dagen voor de IPA-meeting te Chicago. Ongeveer driehonderdvijftig deelnemers uit alle continenten verzamelden zich in een luxueus ‹Grand› Hotel, op enkele passen van de belangrijkste historische locaties in de geschiedenis van de onafhankelijkheidsbeweging van de Verenigde Staten van Amerika. Boston is de stad waar de Nieuwe Wereld zich emancipeerde tegenover de Oude Wereld van het zo bewonderde en benijde Europa.
Hoewel de titel van het vierdaagse congres een behandeling van de vroege zowel als de late aspecten van het oeuvre van Bion liet verwachten, leek er toch wel een fascinatie met de late Bion te bestaan, de Bion die Londen ontgoocheld verliet en warm onthaald werd door Californiërs en Zuid-Amerikanen. De organisatoren verzorgden een rijk en gevarieerd programma, doch het was duidelijk dat ze ‹hun Bion› een ruime plaats gaven.
Het was dan ook een hoogtepunt van het congres toen James Grotstein, ondertussen een bejaarde man, de Harold Boris Award for Lifetime Contribution for Bion's Work mocht ontvangen en hiervoor een emotionele, minutenlange, staande ovatie kreeg. Hij hield een levendige, zelfs humoristische voordracht, die hoofdzakelijk een overzicht van zijn bewerking van Bions ideeën omtrent ‹dromen› in herinnering bracht (‹Who is the dreamer who dreams the dream and who is the dreamer who understands it?›). Doch men kreeg de indruk dat Grotstein ook nieuwe opvattingen meegaf, dat er een nuancering van perspectief werd aangebracht: de incarnatie van de godheid werd nu ook wel als een seksuele act voorgesteld: ‹Experience is a sexual act where internal forms look for incarnation.› Op zich geen wereldschokkende uitspraak, en niet zo verrassend nieuw (men kan dit perfect situeren in het werk van Bion), doch er rees wel de bedenking dat dit een gedachte is die nauw aansluit bij conceptualisaties als ‹oerscène›, ‹psychische biseksualiteit› uit andere psychoanalytische