You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Trees Traversier, een van de drijvende krachten achter De Speelbrug, heette ons welkom en leidde ons langs de spreekbeurten en discussies van de studiedag Tussen schoot en school. Katrien Verhegge, administrateur-generaal van Kind & Gezin, benadrukte dat de unieke, namelijk psychoanalytische, invalshoek van De Speelbrug
de dynamiek rond ontmoetingsruimten op gang gebracht heeft. En jeugdschepen Leen Verbist onderstreepte het belang van opvoedingsondersteuning in een stad als Antwerpen, met dertig procent inwoners van jonger dan vijfentwintig jaar.
Lili De Vooght, de eerste spreker, putte uit haar ervaring als psychiater-psychoanalytica en de opleiding die ze in de jaren tachtig genoot bij Françoise Dolto, medepionier van de ‹Maisons Vertes›. In een Maison Verte, zoals De Speelbrug, wordt een makkelijk toegankelijke ontmoetingsruimte gecreeerd, een ruimte bepaald door grenzen, een ruimte waarin mensen en dingen kunnen bewegen, waarbinnen iets kan plaatsvinden. De ruimte wordt niet gevuld, de stilte niet gedood. Er ‹moet› niets. Men kan erop vertrouwen dat er spontaan iets gebeurt. Spontaneïteit laat kansen aan nieuwe en verrassende ervaringen. Vriendelijkheid en medeleven zijn even vanzelfsprekend als vragen stellen en conflicten uitspreken. De medewerkers maken van de ontmoetingsruimte een plek waar mensen zich aan het eigen gevoelssysteem kunnen toevertrouwen zodat ze spontaan en beweeglijk worden. Kinderen en volwassenen moeten er plezier kunnen maken, maar ook kunnen lijden. Hier kan je gewoon praten over koetjes en kalfjes, spelen en lachen, bewegen en bewogen worden. Er is uitwisseling onder gelijken, een geven en nemen. Toevallige ontmoetingen kunnen iets in beweging zetten, soms een verandering mogelijk maken.
Vloeiend bewegende interacties geven immers energie, maar stokt de beweging dan worden de oren gespitst, slaat het hart sneller … Er gebeurt iets, iets droevigs, iets prettigs … De lezing maakte zeer duidelijk dat een alledaags fenomeen als ‹ontmoeten›