You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het is een goede zet geweest van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie om de jaarlijkse studiedag qua tijd en plaats te fixeren op respectievelijk november en De Rode Hoed in Amsterdam. Het aantal belangstellenden groeit met het jaar en de studiedagcommissie verheugde zich, bij monde van dagvoorzitter Jan Schulkes, terecht over de toenemende deelname van psychiaters in opleiding en (psychoanalytisch) psychotherapeuten in opleiding.
Het thema was deze keer: de rol van het verleden in verschillende vormen van psychoanalytische psychotherapie. Er zouden vragen aan de orde komen als: Moet het verleden worden gekend, om onbelast in het heden te kunnen functioneren? In hoeverre wordt wat vandaag is en wat morgen brengen zal, bepaald door wat gisteren was? Hoe maak je een remmend werkend verleden ongedaan?
De filosoof Paul van Tongeren hield de inleidende lezing onder de titel Het onbereikbare geluk van de dieren — Over zieke en gezonde manieren van vergeten en herinneren. Hij herinnerde eraan dat hij vier jaar eerder voor hetzelfde publiek een exposé hield over tijd en tijdsbesef en over het lijden aan het verstrijken van de tijd, maar dat er toen geen tijd was om te discussiëren. Hij hoopte dat dat deze keer wel zou lukken. Zijn goed gecomponeerde en goed te volgen verhaal voerde ons naar Nietzsche, die stelde dat het niet de vraag is of, maar hoe we ons op het verleden moeten richten, omdat we niet om het verleden heen kunnen. Dat komt doordat, zoals Hegel zegt, het ons ongeluk is dat we in tegenstelling tot dieren niet slechts zijn wie, wat, waar en hoe we zijn, maar dat we dat nog weten ook. We vallen daardoor niet samen met onszelf, we raken ‹afwezig› en de oplossing zou zijn om te leven in het ogenblik. Een gezonde manier van omgaan met het verleden bevindt zich tussen enerzijds leven als de dieren, dus in het heden en zonder herinnering, en anderzijds leven in het verleden alsof het niet voorbijgaat.
In zijn betoog Who is afraid of the past,