You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Met Narcisme wordt een exemplaar toegevoegd aan de reeks van PSU-symposium-boeken. Behalve de inbreng van vijf bekende Nederlandse psychoanalytici is er een interessante bijdrage uit kritisch-humanistische hoek van prof. Kunneman. Ditmaal geen Vlaamse vertegenwoordiging! Spijtig, wellicht zou de inbreng van de Franse psychoanalyse dan wel gewaarborgd zijn, wat nu niet het geval is. Vergeefs heb ik de literatuurlijsten nagespeurd op verwijzingen naar Green, Grunberger, Lacan, Kristeva… auteurs die in een hedendaags essay over het narcisme toch niet mogen ontbreken. Heb ik daarmee een blinde vlek van de Nederlandse psychoanalyse blootgelegd? Mijn aanvankelijke kritische reflex wordt afgezwakt naarmate ik me in het boekje verdiep. Al bij al is het een aangename voordrachtenreeks, die je in één ruk uitleest: licht verteerbaar en toch niet oppervlakkig, voorzien van sprekende klinische vignetten, met aandacht voor groepen die niet tot de klassieke psychoanalytische cliëntèle behoren. Ook ontdek ik enkele nieuwe ideeën, die ik hier in een notendop de revue laat passeren.
Volgens Schalkwijk verwijst narcisme naar een specifieke psychodynamiek die in dienst staat van emotieregulatie, handhaving van het zelfbeeld en ondersteuning van de identiteit. Narcisme is een dynamisch, zelfregulerend proces. De oermythe leert ons dat narcisme geen prettige eigenliefde is, maar een straf voor de afwijzing van de ander. Narcisme is de toestand waarin iemand zich totaal heeft geïdentificeerd met de beelden van anderen; er is geen scheiding meer tussen hoe iemand zichzelf of de ander beleeft. Narcisme gaat vaak samen met loochening van de realiteit. Wie de realiteit toch aanbrengt, krijgt narcistische razernij over zich heen. Schalkwijk verwijst onder anderen naar Modell, die narcisme opvat als een inkapseling in een cocon, een zich afsluiten in een wereld van almachtige zelftoereiken