You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Beste Pieter,
Om te beginnen wil ik mijn waardering voor je artikel uitspreken. Het gaat over een belangrijk onderwerp en het is niet eenvoudigmaarwel helder. De manier waarop jij de theoretische concepten gebruikt in je gedachtegang maakt het mogelijk om je daar steeds concreet iets bij te kunnen voorstellen. Dat geeft het concrete een perspectief en dat maakt het abstracte levendig. De lezer wordt beloond voor zijn moeite. Watje beschrijft aan verschijnselen als bijvoorbeeld de verticale splijting en de anonieme infiltratie van het ene deel in het andere is klinisch erg nuttig. Goed begrijpen wat jij beschrijft, levert een instrument op dat in het uitvoerende werk naar mijn idee goed en ook vaak te gebruiken is.
Maar ik mis iets. Bij lectuur is mij meer dan eens opgevallen dat de kleinianen geen procestheorie hebben, althans dat die nogal armetierig is. Hun artikelen zijn doorgaans zeer overtuigend. Zij staan vol enerverend klinisch materiaal, vaak afkomstig uit dromen. Dat wordt dan geduid met bewonderenswaardig vernuft en creativiteit, en de uitwerking op de patiënt is onloochenbaar. Maar wanneer je in die artikelen zoekt naar beschrijvingen van het proces op langere termijn, dan is de oogst mager. Van bepaalde innerlijke tegenstellingen gaat de scherpte af in en door een analyse. Met dergelijke aanduidingen moeten we tevreden zijn. In jouw artikel krijgen we ook deze schrale troost niet. ‹De psychische ontwikkeling, die levenslang doorloopt, vergt immers ook levenslang het vermogen en de bereidheid telkens opnieuw van de paranoïde-schizoïde naar de depressieve positie te bewegen› (p. 4). Je beschrijft de psychische ontwikkeling als sisyfusarbeid. Men komt wel ergens, maar vervolgens moet men weer opnieuw beginnen. Het moeizaam bereikte besef dat het object een onafhankelijk bestaan heeft, wordt onvermijdelijk weer tenietgedaan. Daarin mis ik een ontwikkelingsopvatting als kader waarbinnen de door jou beschreven verschijnselen een plaats kunnen vinden. In de titel