You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het kostte me wel even denktijd om de begrippen ‹karakter› en ‹identiteit› uit het artikel van collega Ubbels aan elkaar te toetsen. Analytische definities zijn nu eenmaal het product van een jarenlang integratief proces.
Een ‹karakter› wordt in beginsel beschreven als een weerstand in analysen, die zich tot dusver voornamelijk bezighielden met symptomen als psychische ziekteverschijnselen. De samenhangen tussen kinderlijk seksuele impulsen en karaktereigenschappen, de psychodynamiek, passen in clusters van achtereenvolgende fasen in de ontwikkeling van de seksualiteit bij het kind. Kenmerkend zijn de fixaties aan deze afgeweerde impulsen.
Veel later wordt een structureel gezichtspunt met een daarbij behorend adaptief gezichtspunt geformuleerd. De psychodynamiek van de karaktervorming wordt niet altijd bepaald door starre, onaangepaste gedragsvormen, maar kan zich habitueel, dus flexibel richten op de omgeving. Vanuit de gedragspsychologie kennen we de term ‹coping mechanisms›. Karaktervorming kan aangepast en flexibel zijn, ook al blijft het een weerstand tussen het ‹Ik› en het ‹Es›. De karakterweerstand is het product van de verdrongen kinderlijke impuls, terwijl de verinnerlijkte omgevingseisen het begrip ‹identiteit› bepalen.
Een volgende stap is het integreren van de twee uitersten van innerlijke impuls en wat van buitenaf komt. ‹Twee vliegen in éen