You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
J'ai réussi à faire de l'anti-documentaire avec une chose extrêmement vraie. (François Truffaut1)
De film L'enfant sauvage (1970) van de Franse cineast en epigoon van de nouvelle vague François Truffaut doet het relaas van de lotgevallen van een twaalfjarig jongetje dat omstreeks 1800 gevangen werd in de bossen van het Zuid-Franse departement l'Aveyron. Truffaut baseerde deze film op de medische rapporten die de behandelende arts Jean Itard (1801, 1807) indertijd over de heropvoeding van de jongen had gepubliceerd. Beide documenten waren naar verluidt lange tijd onvindbaar en kort tevoren opnieuw toegankelijk gemaakt door Lucien Malson (1964), die ze als bijlagen opnam in zijn boek over de zogenaamde wolvenkinderen. Truffauts interesse voor dit boek en vooral voor Itards rapporten werd gewekt door een bespreking ervan in Le Monde, waarna hij het plan voor de verfilming opvatte (De Baecque & Toubiana 2001, p. 504).
Wat mij hier interesseert, is het mensbeeld dat weerspiegeld wordt in Truffauts film, en meer in het bijzonder de daarin geïmpliceerde visie op hoe een biologisch wezen een mens wordt. Om dit mensbeeld te reconstrueren heb ik zijn film nauwgezet vergeleken met de primaire bronnen (Itards beide rapporten) waarop de cineast zich baseerde.
Bij een eerste kennismaking met zowel de film als met de rapporten lijkt de toenmalige filmkritiek gelijk te krijgen. Sommige filmcritici vonden deze brave adaptatie nu niet bepaald de film die men van de eeuwige rebel Truffaut kon verwachten, anderen beweerden dat de conservatieve aard van de ‹echte› Truffaut eindelijk tevoorschijn was gekomen (Petrie 1980, p. 176). De cineast had met zijn adaptatie een documentaire of quasidocumentaire afgeleverd en niets meer.