You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Blue velvet (1986) is wellicht de bekendste, en zeker de meest besproken film van David Lynch. Dit gebeurde meestal op kritische, vaak door vooroordelen vertroebelde toon: door feministen die het geweld tegen vrouwen afkeurden, door conservatieve Amerikanen die in opstand kwamen tegen het ongebruikelijke beeld van een typisch klein stadje in de Verenigde Staten, maar ook door progressieve critici die zich verzetten tegen de nostalgie van het Amerika van de jaren vijftig. Lynch is wel eens ‹een psychopathische Norman Rockwell› genoemd, omdat hij het graag in stand gehouden imago van Amerika perverteert en uiteen laat vallen in gefragmenteerde beelden uit films en foto's uit de jaren veertig en vijftig, met hun kleinsteedse symboliek, intens geweld en mythische iconen als de white picket fence, knalrode lipstick en sigaretten, die tegelijk verheerlijkt en gedeconstrueerd worden. Zijn films zijn een verzameling associatief gemonteerde beelden van landschappen, huizen en motels, waarin geluiden en muziek, licht en beweging een verstoring inhouden van de manier waarop tijd en ruimte gewoonlijk worden vertoond. Daarin handelen acteurs die soms een vervreemdend Fellini-achtig effect veroorzaken. Hun stemmen kunnen worden verdraaid, of, zoals in Twin peaks, op de geluidsband achterstevoren opgenomen. Lynch gaat op provocerende wijze voorbij aan conventies over geweld, seks, verlangen en gender.
Het ligt niet in mijn bedoeling om hier een gedetailleerde analyse van de film te geven, maar om de methode toe te passen die Slavoj Žižek introduceert in de documentaire The pervert's guide to cinema (Fiennes 2006): film wordt gebruikt ter illustratie van psychoanalytische concepten. Door de film ‹schuin te bezien, wordt het mogelijk om bepaalde kenmerken waar te nemen die gewoonlijk aan het ‹rechtlijnige› academische oog ontsnappen› (Žižek 1996, p. 10). Die kenmerken, die veelal verbonden zijn met het kijken naar en binnen de film (wat in de postlacaniaanse filmtheorie the gaze word