You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De korte vertelling La nuit van Maupassant lijkt meer op een gedicht in proza zoals Baudelaire ze schreef in zijn Spleen de Paris dan op een kort verhaal of een novelle. Dit geldt vooral voor het begin, waarna de tekst zich ermee lijkt te verzoenen dat er eerder sprake is van een gedicht dat onvoltooid is, mislukt bijna, en dat net als de nachtelijke wandeling die hierin wordt verteld, langzaam de mist in gaat.
Het verhaal kan kort worden samengevat: een man die hartstochtelijk houdt van de nacht en van Parijs, wandelt op een avond dwars door de hoofdstad en eindigt zijn zwerftocht aan de oever van de Seine, die hem lijkt aan te lokken… In deze lezing van een tekst zonder intrigue, echte personages of gedetailleerde beschrijvingen wil ik via een aantal veelbetekenende citaten doordringen tot de essentie van het verhaal, dat geen lyrisch gedicht kan worden genoemd omdat er te veel realistisch aandoende elementen in voorkomen: de nacht, de hemel, Parijs, de straten, de Seine, de tijd die snel voorbijgaat, de kou. De ondertitel, Een nachtmerrie, is weinig overtuigend: de vermeende nachtmerrie begint als een idylle en eindigt met een vraagteken. Je zou bijna zeggen dat de auteur ons laat kennismaken met iemand die tamelijk gewoon is, en wie niets overkomt. Of bijna niets. Maar zoals altijd in de literatuur, schuilt alles in dat bijna.
Het ‹Ik houd van de nacht› waarmee het verhaal opent, lijkt een banale opmerking. Maar na de ondertitel verwacht de lezer een negatieve mededeling, waardoor het ‹houden van› een schokeffect veroorzaakt. Dat de nacht door de verteller vervolgens ‹hartstochtelijk› wordt liefgehad lijkt een retorische overdrijving, tot de volgende zin deze bewering op verwarrende wijze vervolmaakt: de nacht wordt liefgehad ‹als een minnares›. Er wordt gesproken van een ‹onweerstaanbare liefde›, en iets later van een ‹onweerstaanbaar verlangen om lief te hebben›, waarmee de lezer wordt geconfronteerd met de zeldzame intensiteit en de ongewone sensualiteit die he