You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Den Haag is een heerlijke stad, met Indische grandeur en Hollandse kneuterigheid. Van Buitenhof tot Schevenings strand en van de Waalsdorpervlakte tot aan Wateringen verglijdt men telkens weer van zand naar veen, van bluf naar fraaie kiekjes. Maar ook al woon ik zelf vol genoegen in het gezellige maar o zo rommelige Laakkwartier, mijn echte voorkeursplekken bevinden zich op wat artistieker grond. Een van de redenen is dat de esthetische aankleding van die plaatsen zo bijzonder is. De belangrijkste locatie waar ik op doel is de Koninklijke Schouwburg aan de Lange Voorhout, fraai gerestaureerd maar met oude glorie. Vooral de hal vind ik prachtig. Dat komt doordat de wanden bedekt zijn met schilderingen van Sol LeWitt, strakke brede banen met weldadige roest-, oker- en moskleuren. Dat schept orde en structuur in een vaderlijk, symbolisch gebaar, terwijl de natuurtinten er vrouwelijk leven door laten stromen gevoed door de imaginaire dimensie. De lacaniaanse instanties doemen zo op in een verrijkende context. En het reële van steen en aarde, in menselijke esthetiek omfloerst, wordt erdoor verhuld, maar ook verraden. Theater zoals hier beoefend harmonieert met dit spel van kleuren en vormen, want ook toneel is masker en radicaal ontbloot gelaat ineen.
Bij Bram en Geer van Velde, die in Den Haag aan het Smidswater begonnen als decorateurs voor de firma Kramers, ontwikkelt zich in hun Parijse periode een soortgelijke complementaire stijl. Samuel Beckett schreef erover in De wereld en de broek. Geer zocht naar harmonie en sloot zich aan bij de groep rond Bonnard en Kandinsky, die de gulden snede als embleem zag. In zijn latere werk is de achtergrond steeds meer een naar het eindeloze verwijzend lijnenpatroon. Bij Bram is alles georiënteerd op de interne blik die een afgrond vol geweld en mislukking ziet, maar in het uitbeelden daarvan de enig mogelijke redding ontwaart. Doeken en litho's met zwaar aangezette contouren en waar de verf als bloed vanaf druipt, terwijl de signat