You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De laatste tijd is het veldconcept sterk in de mode. Hiervan getuigt de opvallende belangstelling in de actuele psychoanalytische literatuur voor het werk van het echtpaar Madeleine en Willy Baranger, beiden van Franse oorsprong maar kort na de Tweede Wereldoorlog naar Argentinië uitgeweken (Baranger & Baranger 2008, 2009). ‹Het analytische veld› is een klinisch concept dat met onze lekenopvatting niet zozeer de agrarische (open land, stuk grond, plaats voor akkerbouw) en militaire (slagveld) connotaties gemeen heeft, doch verwijst naar een gebied voor geesteswerkzaamheid ofwel een ruimte waarbinnen, onder bepaalde omstandigheden, een stelsel van krachten werkt of waar de werking van deze krachten waarneembaar is. In de jaren 1950 definieerde Lewin ‹het veld› als een dynamische totaliteit, die in staat is een gevoel van cohesie en erbij horen in een groep tot stand te brengen. Aldus ontstaat een wij-gevoel en een groepsidentiteit waarmee het individu één wordt. Het concept van het dynamische veld volgens de Barangers verwijst naar een theoretisch-technische opvatting van de klinische praktijk. Ferro en Basile (hoofdstuk 1), die de opvattingen van de Barangers verder uitwerken, omschrijven het analytische veld als multi-spatiaal, multidimensionaal, holografisch en van een droomachtige kwaliteit. Dit veld is de plaats waar de emotionele turbulenties die in de ontmoeting van de analysant met de analyticus ontstaan, manifest worden. In dit veld worden verhalen voortgebracht die het resultaat zijn van de alfabetisering van de proto-emoties en sensaties die in het koppel leven. Tijdens zijn werk dient de analyticus te vertrouwen op de eigen rêverie: hij blijft in nauw contact met het eigen ‹waak-droomdenken› en construeert op basis daar