You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Enerzijds werd ik door The mystery of analytical work geïnspireerd: mijn stokpaardjes — Bion en Jung — worden er met veel zorg in uiteengezet; de links tussen beide auteurs worden mooi beschreven, en ook de verschillen komen aan bod. Anderzijds was ik het niet eens met Sullivans interpretatie van sommige bioniaanse begrippen. Helaas worden in het boek ook enkele schaduwzijden van Jung én Bion kritiekloos overgenomen.
Jung kan, filosofisch gesproken, als een aanhanger van het idealisme worden beschouwd (Freud, kind van de Verlichting, werd door hem als materialist gedoodverfd). Maar zijn idealisme slaat meer dan eens om in idealisering. Soms beschrijft hij het individuatieproces als een moeizame ontwikkeling, waarbij het doel nooit bereikt wordt, want ‹de ‹crux› als kruisvorm en als kwelling is een uitdrukking van de psychische werkelijkheid› (Jung 1946, p. 259). Op andere plaatsen verschijnt datzelfde individuatieproces als een romantisch ideaal, waarbij de pijn geëvacueerd wordt — inspiratiebron voor new-agedromers. Sullivan citeert de hierboven aangehaalde passus,