You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Van oudsher is de maatschappelijke positie van de psychoanalyse ongewis. De onveilige maatschappelijke verankering van de psychoanalyse werkt ook vanbinnen door, zowel in als tussen psychoanalytici. In het huidige tijdsgewricht is er sprake van een geslonken wetenschappelijk en sociaal prestige, afnemende aantallen opleidingskandidaten, onzekere financiering en meer gebureaucratiseerde en indringende controle door de overheid. Maatschappelijke druk zet de psychoanalytische beroepsgroep tot reactiepatronen aan die op veiligstelling van de psychoanalyse zijn gericht, maar die onbedoeld en ongewild een autonome ontwikkeling van de psychoanalyse in de weg kunnen staan.
Uitgaande van de onveilige en al geruime tijd afkalvende maatschappelijke positie van de psychoanalyse en bezien vanuit een gehechtheidstheoretisch perspectief, onderscheid ik twee reactiepatronen die veiligstelling van de psychoanalyse beogen, maar verschraling, respectievelijk marginalisering van het psychoanalytisch denken kunnen bewerkstelligen. Enerzijds is er, in analogie met een onveilige, ambivalent-gepreoccupeerde gehechtheidsstijl, een reactiepatroon waarin de psychoanalyse zich passief en/of boos verstrikt in een vergaande aanpassing aan maatschappelijke eisen. Die aanpassing leidt tot inhoudelijke verschraling en tot grensvervaging met andere therapievormen, waaronder psychoanalytische psychotherapie. Anderzijds is er, in analogie met een onveilige, gereserveerd-vermijdende gehechtheidsstijl, een tendens tot idealisering en isolering van de psychoanalyse, waardoor de psychoanalyse ten opzichte van andere therapievormen, waaronder psychoanalytische psychotherapie, een status aparte krijgt. De psychoanalyse raakt gemarginaliseerd.
Ik geef eerst een voorbeeld van de ambivalent-gepreoccupeerde reactiewijze, die tot een verschralende aanpassing van de psychoanalyse leidt. Op dit moment verlangen zorgverzekeraars en overheid dat er meer zicht komt op de voortgang