You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het laatste werk van de Franse psychoanalytica Janine Chasseguet-Smirgel werd geschreven naar aanleiding van de terroristische aanval op het WTC in New York (‹9/11›), doch kan gelezen worden als haar psychoanalytisch-sociologisch manifest. Haar conceptualisatie van de dualiteit lichaam-geest wordt hier toegepast op de studie van zelfmoordterroristen.
Janine Chasseguet-Smirgel, van Joodse Centraal-Europese origine, was fervent communiste, zonder partijkaart, tot aan de brutale inval van de sovjets in Hongarije in 1956. Verschillende van haar familieleden waren slachtoffer van de Holocaust. Tegelijk met haar studie politieke wetenschappen bekwaamde ze zich in de psychologie en zo kwam ze in contact met de psychoanalyse van het Parijs in de jaren vijftig. Ze bleef kritisch en onafhankelijk ten opzichte van de heersende lacaniaanse stroming. De invloed van Pierre Marty vestigde haar levenslange interesse in de relatie geestlichaam. Chasseguet-Smirgel was behalve toonaangevend psychoanalytica in Frankrijk (Société Psychanalitique de Paris) ook internationaal bekend en bekleedde verantwoordelijke posities in de EPF en de IPA. Ze ontving verschillende internationale onderscheidingen en werd in de Engelstalige psychoanalytische wereld ontvangen als de ambassadrice van de Franse psychoanalyse.
Chasseguet-Smirgel toonde in haar analytische werk een grote kennis van literatuur,