You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het onbewuste, een bundel van twaalf teksten uit het oeuvre van Freud, is opgebouwd rond diens belangrijkste metapsychologische verhandeling uit 1915 (Het onbewuste). Het boek laat de lezer kennismaken met de ontwikkeling van Freuds denken vanaf zijn Ontwerp van een psychologie, via zijn studie over Het Ik en het Es tot de finale tekst Enige elementaire lessen in de psychoanalyse, gepubliceerd in 1940. Herman Westerink schrijft in de inleiding dat Freud niet de ontdekker is van het onbewuste maar dat dit al eerder terug te vinden is bij romantische schrijvers zoals Goethe en Schiller en in de filosofie van Schopenhauer en Nietzsche. In de negentiende eeuw staan twee opvattingen tegenover elkaar, namelijk het onbewuste als driftmatige en conflictrijke menselijke natuur tegenover het onbewuste als harmonisch monistisch oerprincipe waar alles uit voortvloeit en naar terugkeert. Dankzij Freud zijn we vertrouwd met de verschillende opvattingen van het onbewuste. Het is een omschreven plaats in het ruimtelijk voor te stellen psychische apparaat, een geheel van voorstellingen die niet worden opgemerkt, maar die op grond van signalen wel worden verondersteld te bestaan. Het zijn de onverdraaglijke voorstellingen — meestal seksueel van aard — die uit het bewustzijn worden geweerd en verdrongen, de actieve gedachten die ondanks hun intensiteit en activiteit ver van het bewustzijn verwijderd blijven. Het is ook een geheel van onderscheiden psychische processen die zich tot een systeem organiseren. Sinds het structurele model beschouwt Freud het Ik