You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In reactie op de recensie van Frans Schalkwijk van Empathie — Hoeksteen of struikelblok in psychoanalytische therapie moet ik vaststellen dat de recensent enigszins in een vroeger euvel vervalt (zie rubriek Reacties, 2007-1, p. 84). Ik ben blij dat hij mijn bijdrage tot deze bundel ‹een originele poging om het begrip empathie een plaats te geven in het lacaniaanse denken›noemt. Niet min noch meer is inderdaad de bedoeling: de Angelsaksische auteurs geven immers een minutieuze invulling van Lacans imaginaire register en de zogenaamde aspecifieke therapeutische factoren die in elke psychotherapievorm werkzaam zijn. Wanneer hij verder stelt dat na de relatief korte inleiding op deze problematiek er vooral een algemene uiteenzetting over de lacaniaanse psychoanalyse volgt, is dit echter flagrant onjuist. Hooguit drie van de zeventien pagina's die het artikel telt worden aan de lacaniaanse psychoanalyse gewijd. Slechts zeven van de tweeënzeventig referenties verwijzen naar de lacaniaanse psychoanalyse, waarvan welgeteld vier naar Lacan zelf. Toegegeven: sommige lacanianen zijn onder andere door hun hermetisme en/of dogmatisme zelf een belangrijke oorzaak voor de hardnekkige negatieve vooringenomenheid jegens hen. Als pogingen worden gedaan de perspectieven van de International Psychoanalytic Association en de Association Mondiale de Psychanalyse (origineel) te integreren verdient dit mijns inziens een meer objectieve en correcte instelling.