You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De vraag ‹Is de psychoanalyse gek (genoeg)?› vormde de rode draad van het lustrumsymposium op 13 maart van dit jaar in Gent ter gelegenheid van vijftien jaar Tijdschrift voor Psychoanalyse. Vier van de zes daar gehouden lezingen vindt u in dit lustrumnummer.1
Is de psychoanalyse gek (genoeg)? Deze vraag bevat eigenlijk twee vragen: Is de psychoanalyse gek? en: Is de psychoanalyse gek genoég? De toevoeging van de tweede vraag doet vermoeden dat met een negatief antwoord op de eerste vraag geen genoegen wordt genomen of dat de kans op zo'n negatief antwoord niet hoog wordt geschat. De dubbele vraagstelling gaat er dus — suggestief — van uit dat de psychoanalyse wel degelijk gek is. Natuurlijk is de psychoanalyse gek! Niet alleen is de psychoanalyse gek, bovendien is ze misschien niet gek genoeg en is er nog veel werk aan de winkel. Gek zijn is een ernstige onderneming, die een mens niet licht moet opvatten en die steeds voor verbetering en verfijning vatbaar blijft. De belangrijkste vraag hier is op welke wijze de psychoanalyse gek is. Van welke aard is de gekte waarop ze zich graag beroept?
Het standpunt dat de psychoanalyse zich ver moet houden van elke ideologie, a priori niets te maken heeft met gekte of normaliteit en slechts het paradoxale ideaal van vrijheid en autonomie van het subject in het vizier heeft, kan men juist als gek bestempelen. Is het niet behoorlijk afwijkend om zich niet te willen bekommeren om wat gek of normaal is? Het is precies déze ‹gekte› die een bij uitstek wetenschappelijk standpunt vertolkt, die de kracht vormt van de psychoanalyse. Een in de breedste zin van het woord wetenschappelijke) houding hoedt zich immers voor de vertroebeling van de waarneming door morele en ideologische vooroordelen over het ‹onderzoeksobject›. Het is in de overtreffende trap wetenschappelijk om het besef dat de kans op deze vertroebeling allesbehalve gering is, niet te verdoezelen maar in de onderzoeksmethode op te nemen. In die zin is het in rekening brengen v