You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het lustrumsymposium onder de titel Is de psychoanalyse gek (genoeg)? deed mij onvermijdelijk terugdenken aan mijn boek Het gekke verlangen uit 1978. Met de ondertitel Psychotherapie en ethiek wilde ik de stelling beargumenteren dat de psychoanalyse een ethische optie inhoudt en dat deze haar verhindert de weg van de snelste en meest effectieve symptoombestrijding te kiezen. In tegenstelling tot de gedragstherapie stelt zij zich daarom niet-directief op, maar wel anders dan de rogeriaanse therapie die destijds als hét model van niet-directiviteit gold. Dat kan gek lijken, maar de psychoanalyse gaat het feit niet uit de weg dat mensen uiteindelijk niet weten wat zij willen. Het menselijk verlangen is in zijn diepste dimensie ongedifferentieerd, ‹gek› dus. Niet dat mensen dat doorgaans meteen toegeven, maar precies daarom analyseert de psychoanalyse. Zij vindt dat zij mensen — patiënten op de bank maar ook anderen — steeds weer naar die oerervaring van onbesliste vrijheid moet brengen. Dat is haar ethische optie, een ethische optie die natuurlijk helemaal niet samenvalt met het opmaken van een lijst van toelaatbaar en ontoelaatbaar gedrag. Voor de psychoanalyse gaat het erom hoe mensen zich tot normen verhouden en om innerlijke vrijheid, hoe lastig de ervaring van vrijheid ook mag zijn.
Sinds de publicatie van mijn boek zijn meer dan dertig jaren verstreken. De psychoanalyse bekleedt lang niet meer de prominente plaats in het psychotherapeutische landschap waaraan zij gewoon was geraakt. Zowel de cultuur als de patiënten zijn veranderd (Verhaeghe 2009). De modale patiënt lijdt niet langer aan een aan te zwaar drukkend opper-ik. Seksualiteit is geen taboe meer. Wij beginnen te beseffen dat wij ons moeten aanpassen aan nieuwe tijden, nieuwe patiënten. Wij proberen ook evidence based te bewijzen dat psychoanalyse ‹werkt› en dat een kortere therapie on analytic lines ook haar vruchten afwerpt. Maar blijven wij dan nog aan psychoanalyse doen? Of hebben wij onze naam weliswa