You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
‹Het enige verschil tussen mij en een gek is, dat ik niet gek ben.› Dit zei Salvador Dalí over zichzelf (Dalí 1968, p. 6). Sigmund Freud schreef in zijn autobiografie naar aanleiding van zijn bezoek aan Amerika in 1909, dat vanaf toen de psychoanalyse geen ‹Wahngebilde›, een verzameling waanvoorstellingen, meer was, maar een waardevol stuk van de realiteit (Freud 1936, p. 72). Die uitspraken zijn natuurlijk niet hetzelfde, maar er is enige verwantschap. Het hoofdstuk in de kunst- en cultuurgeschiedenis over het surrealisme heeft vele raakvlakken met de psychoanalyse, waaruit de kunstenaars van die stroming hun inspiratie hebben geput. Gezien de receptiehistorie werden beide bewegingen in brede kring aanvankelijk bestempeld als ‹gek›, en voor velen geldt dat ook heden ten dage nog.
Wat wordt gek gevonden? Revolutionaire ideeën die niet passen in gangbare en geaccepteerde kennis, of kunstuitingen die botsen met een vigerend cultureel klimaat. Het gaat dan om statements die het bevattingsvermogen overschrijden dat gedicteerd wordt door heersende gevoels- en denkkaders én door de specifieke beperkingen van de lezer, kijker of luisteraar. Baanbrekende creatieve prestaties kunnen beleefd worden als aanslagen op het individuele en collectieve zelfgevoel omdat ze de mensen confronteren met wat (nog) niet geïntegreerd kan worden. Dit is op talloze terreinen van kunst en wetenschap het geval geweest, en de lijst van personen die als gevolg hiervan voorwerp van ridiculisering en verguizing waren, is oneindig. Evenzo oneindig is de lijst van ontdekkingen die rigoureus werden verworpen of van werken die pas na de dood van de kunstenaar werden geapprecieerd. In de wetenschap zijn Galileo en Darwin bekende voorbeelden. Vincent van Gogh werd in zijn tijd gehouden voor een alcoholische zonderling, Picasso aanvankelijk voor een onberekenbaar Andalusisch monster, Strawinsky beledigde in 1913 met zijn Sacre een publiek dat boe-roepend de zaal verliet, en Carl Maria von Weber vond Beet h