You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het zevenentwintigste van de Psychoanalytische Symposia Utrecht was gewijd aan het thema ‹rechten en plichten›, door de symposiumcommissie geplaatst in het kader van de intrede van de marktwerking in de geestelijke gezondheidszorg, en de invloed hiervan op de psychoanalytische praktijk. Een actueel en relevant thema dus, en het Academiegebouw vormde een passend sobere en toch sfeervolle omgeving voor een gedachtewisseling hierover. Forensisch psychiater en psychoanalyticus Daan Daniëls behandelde in de eerste lezing achtereenvolgens de ontwikkeling en functie van het geweten vanuit zowel freudiaans als (modern) kleiniaans perspectief, bevindingen uit observationeel en experimenteel onderzoek naar de gewetensontwikkeling bij kinderen, de begrippen schuld en schaamte, ‹de psychopaat› en de psychodynamiek van de leugen. Hij deed dit aan de hand van publicaties van een groot aantal auteurs, van wie hij de bevindingen naast en tegenover elkaar plaatste. Heel even ging het over overdracht en tegenoverdracht in het werken met patiënten met gewetenspathologie, bijvoorbeeld over projectieve identificaties waarbij zowel patiënt als behandelaar zichzelf en de ander afwisselend als dader en slachtoffer kan beleven, en over de valkuil van een te superieur moralistische houding, of die van het je juist verliezen in fascinatie — twee uitwerkingen van een ‹wij versus zij›-scenario. Deze thematiek maakte nieuwsgierig, en een klinisch vignet was hier welkom geweest. Mogelijk had Daniëls de enigzins ondankbare taak om als eerste spreker een theoretisch raamwerk te bieden en streefde hij naar volledigheid, maar ik vrees dat dit voor de gemiddelde toehoorder toch een wat lastig te volgen relaas opleverde.
Tineke Hartgers wist meteen al meer contact te maken met het publiek door haar openheid — die zij overigens ook goed kon afgrenzen — over de betekenis van vertrouwelijkheid en een vertrouwde plek in haar eigen leven. Haar betoog stoelde onder andere op een publicatie van Lear (2003) waa