You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Met belangstelling en waardering heb ik kennis genomen van het artikel van Paul Verhaeghe. Hij stelt fundamentele vragen aan de orde over de psychoanalytische theorie en praktijk en opent daarmee een discussie die ik met genoegen aanga. Ik hoop dat mijn kritische reacties zullen worden opgevat als een blijk van betrokkenheid bij de door hem geschetste horizonten.
Stelling 1. De psychoanalyse is onmogelijk omdat ze de analyticus verplicht een positie in te nemen die onmogelijk vol te houden is: die van de meesterfiguur, immers, de analyticus wordt door de analysant in de plaats van diens Ik-ideaal geplaatst. Verhaeghe meent weliswaar dat het mogelijk is, door middel van overdrachtsanalyse, de analysant voorbij de afhankelijkheid van de analyticus als meester te brengen, maar daardoor zou de analyticus de stoel onder zijn eigen zitvlak vandaan trekken en de analyse als praktijk opheffen. Ik zou denken dat de analyticus er goed aan doet consequent op de stoel te blijven zitten die hem past: die van een gids die voorheen vele landen verkend heeft