You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Wanneer je kijkt
zie je nog niet
wanneer je ziet
grijpt het je aan.
Een kindertherapeut voelt zich niet zelden meegenomen in een maalstroom van prikkels, in een overrompeling door wat een kind zelfs in maar één sessie doet of laat zien. Soms raakt hij geblokkeerd in een niet begrijpend afwachten, in een kijken naar handelingen die door een kind schijnbaar toevallig worden uitgevoerd, in een bekijken van voorwerpen die worden aangeraakt en bij elkaar gezet. Soms gebeurt alles in een hels tempo en chaotisch, andere keren verloopt het heel langzaam en zonder variatie, stereotiep keer na keer hetzelfde herhalend.
Bijwijlen verward en vol van niet-begrijpen tracht de therapeut te voelen, te denken, te handelen vanuit een zoeken: wat is dit, wat gebeurt hier, waar moet ik op letten? De therapeut vraagt zich af of het kind iets wil, wat er belangrijk of betekenisvol is en of hij moet wachten tot een ‹echt belangrijke› communicatie opduikt.
Een belangrijk aspect binnen de opleiding tot psychodynamisch kindertherapeut bestaat uit het faciliteren van een basishouding tegenover ‹beelden› van kinderen. De therapeut moet het handelen, bewegen en tonen van kinderen leren ervaren en begrijpen als beelden, als ver-beelding. Belangrijk is dat een jonge therapeut leert focussen op bepaalde beelden, en hun potentiële betekenissen en emotionele ladingen probeert te verdragen en te bevatten, maar ook te verteren en te ontplooien. Hoe bevordert een therapeut het in scène brengen van gefragmenteerde of beknelde ervaringen, zodat ze doorleefd en doorgewerkt en wellicht ook verwoord kunnen worden?