You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Wat doet het ertoe of dat wonder [het geld] door recht dan wel door list, door vertrouwen dan wel door vrees in het leven is geroepen! Ook wie het hersenschimmen noemt, moet toegeven dat die hersenschimmen hun effect in de realiteit niet missen.
De waarheid is dat we werkelijkheid maken met lust.
Onze neoliberale tijden hebben het niet zo bekeken op de psychoanalyse. Het succes dat zij tot voor een paar decennia nog had, is in het tegendeel omgeslagen. De heersende mentaliteit van concurrentie en competitie herkent zich blijkbaar beter in de evolutionair-psychologische of neodarwinistische theorieën, die ook in de psy-wereld de toon aangeven. Toch is dit bij nader toezien merkwaardig. Wie de logica van onze laatkapitalistische economie naast die van het ‹psychische leven› legt zoals Freud die heeft ontwikkeld, staat versteld van de gelijkenissen tussen beide. De libidinale logica die door de psychoanalyse wordt gehanteerd, blijkt bijzonder nauw aan te sluiten bij die van het kapitalisme. Zo luidt althans de stelling die in wat volgt wordt verdedigd. Ook de reden waarom de psychoanalyse aan succes heeft moeten inboeten, krijgt vanuit dit perspectief de nodige verheldering.
Freud heeft een economische kijk op het psychische leven. Overal in zijn oeuvre vind je die uitvoerig onderbouwd. Reeds in de Entwurf , waar hij een eerste min of meer volledige theorie van het psychische apparaat uittekent, is de heersende logica economisch. Hij onderscheidt ook dan wel al een ‹dynamisch› en ‹topisch› perspectief, maar het derde, ‹economische› gezichtpunt is in zijn ogen onontbeerlijk om die beide andere correct in te kunnen schatten. De hele dynamiek van het apparaat alsook zijn topische