You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Voor iemand die in de psychiatrie werkzaam is en het psychoanalytisch adagium ‹Spreek en ge zult gezond worden› ernstig neemt, is de formulering ‹Wat we ons herinneren, zijn beelden› een ‹bedenkelijke› uitspraak. (Ze is van George Steiner, geciteerd in De sirenen zwegen, een zeer rijk, onlangs verschenen essay van Etty Mulder.) Laat me deze als uitgangspunt nemen voor enkele bedenkingen over autobiografische beeldende kunst en over het verband tussen figuratie en trauma, naar aanleiding van enkele tentoonstellingen en uitgaven dit voorjaar in Antwerpen en Leuven.
Er zijn verschillende ‹lagen van diepgang› te onderscheiden in het uitschilderen van het autobiografische. Dieptelagen zoals die ook wel in het psychotherapeutisch spreken te onderkennen vallen: bewust anekdotisch- illustratief (hier staat het werk van de verdringing niet op de voorgrond), bewust metaforisch bewerkt, en onbewust (want verdrongen) verbeeld.
Er is de expliciete illustratie, die evoceert en uittekent en zich verder beperkt tot het verhalende. De tekenkunst van Koenraad Tinel is daar een voorbeeld van. Hij ‹illustreert› een persoonlijke geschiedenis en tekent expliciet opgeslagen beelden die verwijzen naar al dan niet als traumatisch ervaren gebeurtenissen. Hij kan erbij vertellen, hij kan zelfs optreden en zijn verhaal doen met de hedendaagse powerpointtechniek als hulpmiddel. Als om te benadrukken dat hij met zijn talent getuigenis wil afleggen van een geschiedenis die hij kan uitzeggen, waar hij bij betrokken was, maar waar hij zich ook aan kan onttrekken of waar hij zich boven kan plaatsen. En de lezer — er is ook een catalogus — kan geamuseerd het ‹beeldverhaal› volgen. In Scheissemmer bijvoorbeeld brengt hij verslag uit van de dooltocht die het gezin meemaakte op de vlucht in Duitsland na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Tinel toont niet het vergetene-onzegbare, terwijl dat vanuit psychotherapeutisch standpunt misschien wel het interessantste is. Hij zoekt niet wat ontsnapt is omdat he