You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Sedert 2002 organiseert de Kring voor Psychoanalyse van de New Lacanian School jaarlijks een programma dat voeling houdt met the state of the art in de lacaniaanse psychoanalyse, zoals Jacques-Alain Miller die uitwerkt (zie kring-nls.org). In de praktijk blijken de meeste deelnemers
uit het klinische veld te komen en dat programma als permanente vorming te beschouwen.
Het thema van 2010-2011, ‹hoe de psychoanalyse werkt›, leek de gelegenheid om een breder publiek even te laten proeven van wat de lacaniaanse psychoanalyse tegenwoordig te bieden heeft. Het werd een soort opendeurdag, die bleek aan te spreken: in de schitterende Nemrodzaal in Gent waren heel wat nieuwe gezichten te ontwaren. Voorzitter Geert Hoornaert moduleerde het thema in een aantal vragen: Hoe onthaalt de psychoanalyse de vraag van iemand die lijdt? Heeft ze oor voor nieuwe symptomen (‹gedragsstoornissen›)? Wat beoogt ze (in onderscheid met de psychotherapie)? Wat kunnen we met psychosen doen? Maar ook, als voorwaarde voor al die vragen: Wat is een psychoanalyticus? Daarbij zette hij meteen ook de bakens uit waarbinnen lacaniaanse antwoorden uit te vinden vallen: spreken doet altijd op onmogelijke verhoudingen (ouders-kind, man-vrouw) stuiten. Het antwoord daarop kan geen evidencebased weten zijn (met de daaruit voortrollende behandelprotocollen), maar moet, per geval, uitgevonden worden, vanuit de plaats die een analyticus, ‹als object›, in de overdracht kan innemen — vanuit zijn eigen verlangen, vanuit het einde van zijn eigen analyse.
De studiedag bestond uit twee delen. In de voormiddag toonden vier klinische vignetten psychoanalytici aan het werk: Lieve Billiet, Luc Vander Vennet, Cédric Van Moorsel, Thomas Van Rumst. De namiddag bracht een getuigenis over de eigen analyse door een psychoanalytica: Anne Lysy. Vignet 1, over een vrouw in een private praktijk, hanteerde het onderscheid tussen ‹klacht› (eindeloze ruzies met haar vriend) en ‹symptoom› (willen verhuizen én vreemde talen spreken