You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Arnold Heertje vindt de parallel die ik ontwaar tussen laatkapitalistische ‹economie› en freudiaanse ‹lusteconomie› weinig overtuigend. Zeker wanneer, zoals hij schrijft, de term lusteconomie ‹zonder nadere toelichting wordt gebezigd›. ‹Wat moet ik mij hierbij als vreemde in de psychische bijt voorstellen?› vraagt hij zich geïrriteerd af.
Zal ik het nog eens uitleggen? Zal ik nog eens herhalen dat ‹leven›, dit wil zeggen ‹prikkelreactie›, naar een principe luistert dat niet louter met de biologische functionaliteit samenvalt? Dat een organisme op prikkels reageert niet louter om het biologische nut dat dit oplevert, maar om het genot en de lust van het reageren zelf? Dat de zuigeling aan de moederborst sabbelt, niet enkel om zijn hongerstimuli te stillen en voedsel op te nemen, maar ook om het genot en de lust van het sabbelen op zich? Om de lustwinst?
Arnold Heertje begrijpt dat niet, want die lustwinst ‹is [toch] gewoon het subjectieve nut dat de mensen ontlenen aan het bevredigen van behoeften›. Hier komt de kern van zijn onbegrip bloot te liggen. Dat er zoiets als lust en lustwinst is, is voor hem geen probleem, dat is gewoon het ‹subjectieve nut› dat het individu bij het reageren op prikkels — het bevredigen van zijn behoeften — ondervindt. Maar dat dit epifenomeen tot beginsel wordt verheven, dat het organisme niet enkel reageert om zijn behoeften te bevredigen, maar ook — en ook in principe — omwille van het ‹bijproduct› lust: dit idee stuit hem tegen de borst. Een epifenomeen wordt een even principiële plaats toegedicht als het ‹echte› principe. Beide werken onverzoend op elkaar in. Ze ‹deconstrueren› en ‹perverteren› elkaar. Dit vindt Heertje te ver gaan.
Zijn onbegrip is trouwens niet geheel onbegrijpelijk. Dit psychoanalytische basisinzicht is nu eenmaal moeilijk te slikken binnen het huidige wetenschappelijke klimaat. Aan de basis van het libidinale leven van de mens ligt niet mooi één principe (het zelfbehoud van de soort bijvoorbeeld, zoals het allesoverh