You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het symposium over discriminatie van de Stichting Psychoanalyse en Psychiatrie, een matig bezochte bijeenkomst, vond plaats in de vertrouwde Artiszaal, met in de pauze de mogelijkheid je even te vertreden in de dierentuin zelf. De sfeer was ietwat gedrukt en de discussie mat, mogelijk door het onderwerp zelf maar mogelijk ook door wat door de diverse sprekers naar voren werd gebracht.
Discriminatie — letterlijk: onderscheid — is een verschijnsel dat in elke maatschappij structuur aanbrengt. Het is een proces dat op grond van willekeurig vastgestelde normen groepen mensen van elkaar onderscheidt. Machtsverschillen spelen altijd een grote rol. De machtigste groep zal zich in positieve zin willen onderscheiden van de minst machtige. Mensen zijn hoe dan ook geneigd hun eigen groep te bevoordelen om de eigen identiteit te behouden en te versterken. Hoe zwakker de identiteit hoe meer die neiging bestaat. Het biochemische substraat voor deze algemeen menselijke neiging is oxytocine, het hormoon van ‹eigen groep eerst›.
Moeilijker wordt het als het onderscheid plaatsvindt op foute, verdachte gronden: een individu worden negatieve eigenschappen toegedicht alleen omdat hij tot een bepaalde groep behoort — joden, negers homoseksuelen, allochtonen en islamieten. Dit is wat men over het algemeen bedoelt als men het heeft over ‹discriminatie›. Dat was, kort gezegd, de deprimerende boodschap, die de discussie ook wat doodsloeg. Van Tilburg schetste in zijn inleiding hoe discriminatie kan uitlopen op stigmatiseren en sociaal uitsluiten. De uit te sluiten groep wordt gedesidentificeerd, gedehumaniseerd, wat in extreme gevallen kan leiden tot een splijting in de persoon van de discriminator. De kampbeul in de Tweede Wereldoorlog kon 's avonds een toegewijd echtgenoot en vader zijn.
De gediscrimineerde kan op drie verschillende manieren omgaan met het gediscrimineerd worden. Hij kan zich aanpassen aan de hem opgelegde rol. Hij kan zich woedend keren tegen de sociale uitsluiting (men spre