You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De depressieparadox bestaat hieruit dat men steeds beter weet hoe depressies te behandelen met evidence-based behandelmethoden, zowel met antidepressiva als psychotherapie, maar dat veel patiënten met depressie niet opknappen en de prevalentie van depressie in de populatie stijgt. Een merkwaardige zaak, zeker in vergelijking met wat er in de somatische geneeskunde zou gebeuren als een behandeling patiënten chronisch ziek maakt en bovendien de ziekte epidemische vormen aanneemt. Het is dan ook niet vreemd dat men op zoek gaat naar andere modellen om depressie te begrijpen en daarbij teruggrijpt op oude, maar beproefde theorieën.
Object relations in depression — A return to theory past in die trend. Trevor Lubbe is een Zuid-Afrikaanse kinderpsychotherapeut, opgeleid aan de Tavistock Clinic. Hij neemt de objectrelatietheorie als uitgangspunt. Lubbe beschrijft de theorieën van Freud, Abraham en Fairbairn, maar vooral Melanie Kleins concepten van de manische afweer. Deze is volgens Lubbe altijd aanwezig in depressies en indien hij niet onderkend en behandeld wordt, leidt dit tot terugval en chroniciteit. Zoals bekend, zag Melanie Klein de infantiele depressie als een normaal ontwikkelingsstadium. Het is een staat van erkenning en besef van de ander als geheel object. De depressieve stoornis ontstaat volgens haar als de depressieve en schizoïde angsten overdekt worden door een manische afweer. Een depressieve stoornis is volgens haar per definitie dus cyclothym. De manische afweer kenmerkt zich door een loochening of ontkenning van gevoelens van afhankelijkheid en angst, wat leidt tot een idealisering van de externe realiteit of een fixatie aan en vlucht in de innerlijke realiteit. De vlucht in de externe realiteit wordt gekenmerkt door zich snel afwisselende fantasieën en de neiging tot handelen. De vlucht naar binnen wordt gekenmerkt door vervreemding, dissociatie en mispercepties. Deze manische afweer leidt tot zelfidealisering, ontkenning en devaluatie van de ander die