You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Een jaar geleden deed ik verslag van de eerste activiteit georganiseerd door de nieuwe Sectie Groep binnen de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie (VVPT). Die eerste workshop bleef beperkt tot een korte leerervaring waarbij meerdere interessante thema's voorbijkwamen maar ook weer al te vlug uit de aandacht verdwenen. De hoop bestond dus dat er bij een nieuw initiatief tot een duidelijkere focus zou worden gekomen.
Met het dertigtal deelnemers leek mij de opkomst vergelijkbaar met die van vorig jaar. Dat is wat teleurstellend aangezien er in de klinische sector vermoedelijk een veelvoud aan psychologen en/of psychiaters, al dan niet met psychoanalytische opleiding, werken met groepen. Dat de interesse voor het werken met groepen nochtans groot is, bleek op de succesvolle VVPT-studiedag in 2009. Vanwaar dan de relatief beperkte opkomst voor deze workshop? Zijn dit te verwachten groeipijnen van een nieuw initiatief? Of laten groepstherapeuten zich moeilijker overhalen voor methodieken die meer eigen inbreng vergen?
Na de eerste workshop vorig jaar hoorde ik van verschillende deelnemers dat zij een meer theoretische inleiding gemist hadden bij de beknopte groepservaring. Deze keer werd hierin wel voorzien. Jaak Le Roy opende de dag met een vakkundig verzorgde vlucht over het groepstherapeutische landschap. Hij hanteerde hierbij vooral het groep-als-geheel-perspectief, waarbinnen iedere uiting die in groep wordt gebracht, begrepen wordt in zijn relatie met een ander of met de groep, maar ook als iets van de ander of van de hele groep of omgeving. Voor Le Roy is dit perspectief niet alleen wenselijk maar zelfs onontkoombaar. Hij verwees daarbij meermaals naar het werk van Bion, die sprak over een ‹emotional storm› om te benoemen wat er zich voordoet wanneer mensen met elkaar in contact komen. Bion liet zelf in het midden of dit een storm van liefhebben dan wel haten is. Hinshelwood werkte dit verder uit in de dubbele dynamiek tussen enerzijds de hunkering naa