You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Op grond van zijn ervaring als psychoanalyticus en als expert in forensische jeugdrapportages schrijft Frans Schalkwijk over zijn ongemak met diagnoses als ‹gebrekkige gewetensontwikkeling› of ‹een lacunair geweten›, die als reden dienen om veroordeelde jongeren een behandeling op te leggen. Deze diagnoses zijn volgens hem niet theoretisch onderbouwd en weinig bruikbaar voor de praktijk. Daarom heeft hij een studie verricht waarbij hij nog andere disciplines dan de psychoanalyse bezoekt, zoals de experimentele psychologie, het gehechtheidsonderzoek, de neurobiologie, de cognitieve en de ontwikkelingspsychologie, de sociale leertheorie en de psychodiagnostiek. Hij wil het accent leggen op beschrijvende diagnostiek en specifieke vragenlijsten meer dan op classificatie. Bij de aanvang van zijn onderzoek leeft bij hem de idee dat het geweten onbruikbaar is als concept en toe is aan vernieuwing. Aan het einde van het boek wil hij het concept behouden maar het anders definiëren. Hij vat het geweten niet langer op als een controlerende, inperkende instantie, noch als een vermogen van rationele controle op basis van morele noties. Een betere werkdefinitie luidt als volgt: het geweten is een psychische functie die tot stand komt in het samenspel tussen het vermogen empathisch te zijn, de zelfbewuste emoties schaamte en schuld, en het vermogen moreel te redeneren. Het geweten en zijn voorlopers zijn het resultaat van een ontwikkelingsproces. In het individuele geweten zijn sociale en strikt individuele aspecten verweven. Het omvat zowel bewuste als onbewuste naast intra- en interpersoonlijke aspecten. Het daadwerkelijk functioneren van het geweten varieert naargelang de situatie en het moment. Volgens Schalkwijk is het niet mogelijk om op grond van factoren die de ontwikkeling verstoren, te besluiten dat de gewetensontwikkeling gebrekkig is. Dergelijke oorzaak-gevolgredeneringen doen geen recht aan de complexiteit van de ontwikkeling van een opgroeiend kind.
Ik zal me nu beper