You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
John Steiner schreef in 1993 Psychic retreats, een boek over de emotioneel moeilijk toegankelijke analysant. Deze emotionele ontoegankelijkheid is terug te brengen op een pathologische organisatie van de persoonlijkheid waarbij een systeem van narcistische verdedigingen is opgebouwd. Voortdenkend op Rosenfelds ‹destructieve narcisme›, komt Steiner tot de visie van een alliantie of een conglomeraat van primitieve, corrupte, wrede en tirannieke objecten die het afhankelijke, infantiele zelf domineren. Van deze alliantie gaat een destructieve kracht uit. Vergelijkbaar met de maffia, wordt bescherming beloofd tegen extreme toestanden van angst en psychische pijn, maar hierdoor wordt elke mogelijke verandering tegengehouden. Zo kan iemand rustig en zelfverzekerd lijken of charmerend relaties aangaan, maar onbeschikbaar blijven voor diepere relaties. Andere patiënten reageren wraaklustig en bitter, voelen zich achtergesteld, ontsteken in woede en eisen herstel van het vermeende onrecht dat hun wordt aangedaan. Dit leidt tot pervertering van de overdrachtsrelatie, of ze werken schijnbaar samen maar het analytische proces wordt stilgelegd. Dit leidt tot specifieke tegenoverdrachtsgevoelens (onmacht, wanhoop) ten gevolge van projectieve identificatie. Wanneer de patiënt in de loop van het analytische proces het risico neemt uit de ‹psychic retreat› (de narcistische schelp) te komen, voelt hij zich uit de hoogte bekeken, pijnlijk geconfronteerd met kleinheid, waarop verlegenheid, schaamte en vernedering volgen. In zijn extreemste vorm is dit te vergelijken met de ‹zielenmoord› van Schreber: de diepste vernedering die een persoon kan ondergaan waarbij alle zelfwaarde ondermijnd wordt en de eigen identiteit wordt opgegeven om een ander te behagen. Een narcistische verdediging is er juist op gericht om deze situatie om te keren: in plaats van zich de mindere te voelen, wordt een superieure houding aangenomen en zoekt men troost in almachtsfantasieën. De patiënt vreest belachelij