You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Met enige zin voor drama kondigt Lewis A. Kirshner in zijn voorwoord van Between Winnicott and Lacan aan een poging te zullen wagen om zich tussen het denken en vooral de klinische praktijk van deze twee schijnbaar aan elkaar tegengestelde auteurs te bewegen. Winnicott benadrukte de rol van de moeder, het hier en nu, de therapeutische ontmoeting tussen twee personen, het spel en het transitionele. Lacan, daarentegen, had duidelijk iets met de vader, de taal en het structurele. Hij benadrukte dat de analyticus de analysant nooit ontmoeten kan. Tussen deze antagonisten wil Kirshner een dialectiek tot stand brengen. Hij droomt zelfs luidop van een nieuwe Middle Group.
In haar bijdrage Thinking in the space between Winnicott and Lacan geeft Deborah Anne Luepnitz een rijke inleiding tot het denken van Winnicott in contrast met dat van Lacan. Zij vat de ruimte tussen beide hoofdrolspelers complementair op. Te veel vader wordt in evenwicht gebracht door te veel moeder, te afstandelijk door te nabij, te veel in het hier en nu door multigenerationeel. Luepnitz en anderen met haar scheppen zo een zeer evenwichtig overkomend discours. De originaliteit van beide denkers, hun radicaliteit, dreigt hier echter aan opgeofferd te worden. Aan psychoanalyse doen wordt zo een schoolse bezigheid, disciplineren eerder dan exploreren. En was nu het protest tegen de gedachteloze aangepastheid niet juist zowel Winnicotts als Lacans drijfveer? Lacan ging hevig tekeer tegen de Amerikaanse egopsychologie, tegen het verwarren van het symbolische met het imaginaire en het reële, ‹tegen de aanpassing›. Winnicotts notie van het ‹valse zelf› als een te gehoorzame aanpassing aan de omgeving vertelt ook veel over zijn nobelere verwachtingen van de psychoanalyse dan dat deze zich zou invoegen in een imaginaire maturiteit. De Britse Middle Group noemde zichzelf niet zonder reden ook wel de Independent Group.
André Green mag hoofdstuk 2 aan zijn publicatielijst toevoegen. Hij geeft een historisch en sterk