You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In dit artikel zal ik de subjectivering tussen het tiende en dertiende levensjaar onderzoeken (Ubbels 2009). ‹Subjectivering› is een uit de filosofie en sociologie afkomstig begrip dat door Cahn (1998) en Kennedy (2000) binnen het psychoanalytisch denken is gebracht. Het gaat om het levenslange proces van het verlenen van subjectieve betekenis aan de levenservaring.1
Tussen het tiende en dertiende levensjaar treden er ingrijpende veranderingen op, het is een periode van overgang tussen de ‹latentie› en de ‹vroege puberteit›. Zoals elke overgang is deze moeilijk te karakteriseren, maar doorgaans wordt hij als een vrij abrupte breuk beschouwd. In de subjectieve beleving moge dat inderdaad het geval zijn, maar al voor de menarche of eerste zaadlozing zijn er tal van veranderingsprocessen op gang gekomen, zoals de groei van de prostaat of de ovaria, en verschuiven fysiologische ritmes als eetlust, lichaamstemperatuur, hartslag en reacties op licht en donker. Deze hebben hun weerslag op psychologische fenomenen als het lichaamsschema, de werkelijkheidstoetsing en het zelfgevoel. Het formeeloperationele denken geeft kinderen meer greep op de werkelijkheid, zowel van het lichaam als in de buitenwereld. Waar in de vroege latentie de externe werkelijkheid vooral geexploreerd werd, maakt de lichamelijke en cognitieve ontwikkeling het in toenemende mate mogelijk om de werkelijkheid ook te hanteren en te gebruiken.
Bij nadere beschouwing zijn ‹latentie› en ‹puberteit› echter concepten op een verschillend niveau. De ‹latentie› is een concept dat wijst op een kenmerkende integratietoestand van kinderen tussen het zesde en twaalfde levensjaar (Sarnoff 1976; Ubbels 2011). De term ‹puberteit› verwijst naar de lichamelijke rijping en de psychische ontregeling waarmee die gepaard gaat (Gutton 1998). Terwijl men gewoonlijk het optreden van de menarche of de eerste zaadlozing als het begin van de puberteit aanduidt, is dit dus in wezen het eindresultaat van een rijpingsproces (Kestenberg