You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De openingswoorden van Peter Wegner voor het vijfentwintigste congres van de European Psychoanalytical Federation (epf) zijn verheugend; in zijn tijd als voorzitter is dit het best bezochte epf congres.
Dit leidt direct tot de rode draad in het congres, namelijk de bezorgdheid over de huidige stand van zaken in de psychoanalyse, het afnemen van het aantal analyses wereldwijd en van het aantal opleidingskandidaten. Een van de redenen voor de themakeuze was een antwoord te vinden op de vraag hoe men toch analysanten kan krijgen. Zo is het in al de ons omringende landen nu al heel gewoon om bij een frequentie van drie keer per week van een ‹analyse› te spreken en zijn er ook collega's die analysanten twee keer of zelfs een keer per week op de bank leggen.
Binnen de epf functioneren de Working Parties, waarin deelnemers uit diverse landen, soms jarenlang in ongeveer dezelfde groepssamenstelling, op diverse wijzen intensief casuïstiek behandelen. Op woensdag om 17.00 uur zat de groep van Haydee Faimberg, over ‹listening to listening›, klaar om te starten, met achttien aanwezigen. Alleen de referent verscheen niet. Na een uur kreeg men te horen dat zij dacht dat ze op donderdag moest starten en dat ze niet alsnog kon komen omdat ze patienten had. Dit leidde tot een nog twee uur durend proces van uitwisseling van affecten en fantasieen hierover. Een bijzonder begin.
Het begin van het plenaire deel deed daar niet voor onder. De drie voorzitters van de Franse zusterverenigingen kregen als eersten het woord en begonnen uitgebreid hun Franse veren op te poetsen. De sprekers