You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Hoe moeilijk de teksten van Lacan ook blijven en hoe gering de weerklank van zijn denken in Nederland ook is (dit geldt voor België minder), in delen van Europa waar de Romaanse talen worden gesproken en in Zuid-Amerika maken zijn opvattingen een belangrijk deel uit van het culturele erfgoed. Dertig jaar na zijn dood is Lacan nog springlevend, althans in Frankrijk, getuige de recente clash tussen schoonzoon Jacques Alain Miller en biografe Elisabeth Roudinesco, die in de media breed werd uitgemeten. Een en ander handelde over auteursrechten. In Nederland zou zoiets niet denkbaar zijn; discussies over de psychoanalyse op de tv en artikelen over Lacan in de pers.
Waarom zou je Lacan eigenlijk lezen? Een auteur die schopt tegen menig psychoanalytisch been (Hartmann, Kris en Loewenstein), zekerheden op losse schroeven zet en dat op een manier doet die niet altijd even makkelijk te begrijpen is. Ondanks dit alles is er regelmatig opgeroepen tot een dialoog tussen ‹egopsychologen› en lacanianen, wat helaas niet heeft geleid tot een samenwerking. De verschillen roepen vragen op over de theorie maar vooral omtrent de praktijk en daar sluit Lacanian psychotherapy mooi bij aan. Waar komt het in de lacaniaanse psychoanalyse op neer en waarin verschilt zij van de gangbare praktijk? Tijd om de casuïstiek erbij te betrekken.
Casestudy's in het lacaniaanse veld zijn zeldzaam en dat heeft te maken met de meer dan gewone terughoudendheid die lacanianen betrachten bij het weergeven van de psychoanalytische ontmoeting. In