You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In zijn stuk over Althusser stelt Geldhof dat deze ontoerekeningsvatbaar is verklaard en daarmee ook monddood zou zijn gemaakt: dat is de klacht van Althusser die Geldhof overneemt en tot punt van kritiek maakt op de praktijk van de ontoerekeningsvatbaarheid.
De notie van ontoerekeningsvatbaarheid ligt al geruime tijd onder vuur. Het is een oude regeling en de meeste strafrechtsstelsels kennen een vorm ‹insanity defense›. De achtergrond daarvan is dat het niet redelijk is iemand die verstoken is van elk vermogen tot inzicht, te straffen. In sommige rechtsstelsels wordt het criterium ruim uitgelegd — zoals in België (Cosyns en Casselman 1995). Daar kunnen niet alleen psychotische beelden (art. 71) maar ook ernstige geestesstoornissen (c.q. persoonlijkheidstoornissen) — en zwakzinnigheid — tot ontoerekeningsvatbaarheid leiden (art. 1 Wet op de internering). In Nederland wordt het criterium echter zeer strikt gehanteerd. Het is alleen van toepassing bij psychotici die een delict onder volledige bepaling van de psychose (naar vorm en inhoud) hebben begaan.
De regeling werd tot voor kort meestal gezien als een ijkpunt voor de humaniteit van het strafrecht in kwestie. De notie met de daarop gestoelde praktijk wordt thans bekritiseerd vanuit het veiligheidsdiscours — gevaarlijke mensen ontlopen zo hun straf. En zij wordt bekritiseerd vanuit het thans heersende deterministische mensbeeld — mensen zijn helemaal niet toerekeningvatbaar, het is een illusie te denken dat zij dat zijn: zij kunnen bijgevolg ook niet ontoerekeningsvatbaar zijn. Geldhof voegt een derde argument daaraan toe, op geleide van Althusser (1993). Iemand ontoerekeningsvatbaar verklaren, zou erop neerkomen hem ‹monddood› te maken. Dat is een vergissing. Iemand die ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard, wordt helemaal niet monddood gemaakt. De verschillende rechtsstelsels variëren uiteraard sterk, maar de basisgedachte — die in ieder geval in Nederland en ook in België zo gevolgd wordt — is de volgende (Mooij