You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De psychotherapeutische en psychiatrische behandeling van dwangmatige atiënten is vaak frustrerend. Dit kan het gevolg zijn van een te symptoomgeichte benadering, waarbij voorbij wordt gegaan aan de mogelijke dwangneuotische structuur van het subject.
In deze tekst wordt dieper ingegaan op het belang van het (h)erkennen van leze basisverhouding van de dwangneuroticus met de ander. Het miskennen ervan kan de therapeut en de therapie immers in een duivelse spiraal van onwerkbare negatieve overdracht en tegenoverdracht doen terechtkomen. Vertrekkend van hedendaagse casuïstiek en enkele bevindingen die Freud reeds leed, wordt duidelijk dat ‹overtuigen› op verschillende manieren kan worden begrepen. Enerzijds als rationele techniek, waarbij gepoogd wordt de irrationaliteit of onjuistheid van een bewering van de patiënt aan te tonen, wat telkens weer mislukt. Inzichten en verklaringen worden immers niet zomaar geslikt door de dwangneuroticus. Zo verschijnt echter wel de structuur van het ubject. Met andere woorden: hoe het subject met overtuiging door een ander (in dit geval de therapeut) omgaat, werpt een interessant diagnostisch licht op zijn basisverhouding met de ander. Anderzijds kan het succesvol bewerken van de ontstane overdracht leiden tot de enige overtuiging die ertoe doet: een bewustwording en bewerking van het dwangneurotische basisfantasma en zijn verschijning in het intra- en interpsychisch (dis)functioneren van de patiënt. Naast de freudiaanse inzichten hierover zal ik vooral gebruik maken van de lacaniaanse discourstheorie, zonder hiermee onrecht te willen doen aan de vele andere psychoanalytische auteurs die dit onderwerp hebben behandeld.
Een succesvolle beursspecialist consulteert me op verwijzing van z