You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
‹Waarom kan de hysterie de filosoof nog boeien?› Philippe Van Haute en Tomas Geyskens (beiden filosoof en psychoanalyticus) gaan, met het werk van Freud en Lacan als richtlijn, op zoek naar een antwoord in deze bijzonder fascinerende studie over de dwarsverbindingen tussen de hysterie, de psychiatrie, de wijsbegeerte en de literatuur. In de eerste vier hoofdstukken tonen Van Haute en Geyskens hoe Freud de psychoanalyse fundeert door (lichamelijke) symptomen niet zuiver neurologisch, maar ook psychotherapeutisch te benaderen. Freud brengt het ontstaan van de hysterie in eerste instantie in verband met een reëel psychisch trauma, namelijk de seksuele verleiding van het kind door een volwassene. Na het opgeven van deze verleidingstheorie wendt Freud zich tot een theorie van disposities. Hij ziet de psychoanalyse als een ‹pathoanalyse›, waarbij de pathologie ons op uitvergrote wijze de krachten en tendensen toont die bij ieder mens aanwezig zijn. De hysterische dispositie bijvoorbeeld, gekenmerkt door orale fixatie, een biseksuele aanleg, een krachtige seksuele drift en een afkeer van het seksuele genot, kan zowel tot uitdrukking komen in hysterische conversiesymptomen (‹Dora›), als zich op acceptabele wijze manifesteren in het lezen en schrijven van romans, novellen en verhalen. Volgens Freud is het mechanisme van de literatuur immers hetzelfde als dat van hysterische fantasieën, met dat verschil dat dagdromen in de literaire creativiteit gesublimeerd worden tot een hoger formeel en esthetisch genot. Dit pathoanalytische perspectief komt in een spanningsverhouding te staan met de psychogenetische benadering van de psychopathologie, die op de voorgrond treedt met Freuds introductie van het oedipuscomplex. Vanuit deze psychogenetische invalshoek wordt de hysterie opgevat als een ontwikkelingsstoornis, een mislukte poging om een oedipale crisis in de kindertijd of puberteit tot een goed einde te brengen. Volgens Van Haute en Geyskens doet een lezing die de hysterie terugv