You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Pieter van den Berg, bekend van eerdere studies en voordrachten over Freuds werk over Mozes, heeft zijn gedachten geformuleerd in een essay waarvan de inleider, Hajo G. Meijer, lid van de politiek kritische groep Een Ander Joods Geluid, de volgende typering geeft: ‹Dit kleine boek heeft het in zich. Het is weliswaar klein van formaat maar in de eisen die het aan de lezer stelt is het
zeker groot te noemen.›
Deze indruk stemt overeen met de verwachtingen die men van de auteur mag hebben, gezien zijn achtergrond en belangstellingssfeer: behalve dat hij psycholoog en psychoanalyticus is, studeerde hij Hebreeuws, Babylonisch en archeologie van het Midden-Oosten; studies die hem bij uitstek toerusten voor dit gecompliceerde onderwerp. Toch is deze publicatie allerminst zwaarwichtige literatuur. Integendeel, zij biedt de lezer een keur van spannende en actuele informatie. Niet alleen behandelt de auteur de beweegredenen van Freud om zich tegen het eind van zijn leven opnieuw uitvoerig te verdiepen in de mythische dan wel historische figuur Mozes, nadat hij vele jaren eerder zijn kunsttheoretische beschrijving van het beroemde Mozesbeeld van Michelangelo in de kerk van San Pietro in Vincoli te Rome had voltooid. Van den Berg gaat ook in op de gedifferentieerde wijze waarop Freud bij diverse andere gelegenheden schrijft over zijn eigen joodse identiteit. In het voorwoord uit 1934 bij de Hebreeuwse uitgave van Totem en taboe schrijft Freud als ‹auteur, die de heilige taal niet verstaat›: ‹Zou men hem vragen wat er nog joods aan hem is, als hij al dit gemeenschappelijks met zijn volksgenoten [oorspr. tekst: ‹Volksgenossen›] heeft opgegeven, dan zou hij antwoorden: nog zeer veel, waarschijnlijk de essentie. Maar deze essentie zou hij thans niet in heldere woorden kunnen uitdrukken. […] Maar de auteur hoopt dat de lezers zijn overtuiging zullen delen dat onbevooroordeelde wetenschap de geest van het nieuwe jodendom [accentuering PvdB, p. 22] niet vreemd kan blijven› (Freud 193