You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
[…]
Spiegels, die vlijtig hun werk doen,
ook wanneer niemand kijkt.
Wat is een ‹goede psychotherapieopleiding›? Wat is er nodig opdat jonge therapeuten een opleiding ervaren als een ‹goede opleiding›, waar ze het vak onder de knie kunnen krijgen? Wanneer vinden wij als opleidingsverantwoordelijken dat therapeuten-in-opleiding aan het einde van de rit over de kennis en vaardigheden beschikken die hen tot goede therapeuten maken? Hoe krijgen wij daar als opleiders zicht op? Wat houdt ‹eindverantwoordelijkheid› in deze precies in? Met welke ethische en deontologische1 aspecten en vragen dient een opleidingsinstituut rekening te houden?…
Vragen als deze vormden de drijfveer om op zoek te gaan naar antwoorden. Dit deden we enkele jaren geleden allereerst door een intense discussie te voeren met diverse betrokkenen bij de opleiding, deels met input van Leo Aukes (2011). Daarnaast bleek ook de literatuur over (psychoanalytische) psychotherapieopleiding heel wat relevante thema's te behandelen. Ten slotte deden we een empirische studie naar onder meer de tevredenheid van kindertherapeuten over de opleiding die ze volgden.
De bevindingen in dat onderzoek (Lafaille 2010; Wijnen 2010) waren geruststellend: kindertherapeuten die in het verleden de opleiding volgden, waren in ruime mate tevreden over wat ze er geleerd hadden. De resultaten toonden ook wel enige differentiatie, die ons op het spoor zette voor het maken van enkele inhoudelijke wijzigingen en aanvullingen in het programma. De literatuur over opleiden in een psychoanalytische-therapiemodel liet zien dat het idee van een opleiding met drie pijlers2,3 — de theoretisch-technische vorming, de supervisie en het persoonlijke leerproces — reeds een lange voorgeschiedenis heeft in de psychoanalytische traditie. Echter, hoewel er een grote consensus bestaat over de noodzaak van deze drie pijlers, is er verrassend weinig