You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Diagnostisch denken mag zich in een hernieuwde belangstelling verheugen. Mede omdat de huidige DSM-IV, zeker op het gebied van de persoonlijkheidspathologie, klinisch niet voldoet en bovendien de wetenschappelijke fundering discutabel is gebleken, wordt naarstig gezocht naar betere modellen. Het psychoanalytische persoonlijkheidsmodel biedt vanwege de gedifferentieerde aansluiting op de processen die tijdens behandelingen optreden een aantrekkelijk alternatief. Dit blijkt onder meer uit de Psychodynamic Diagnostic Manual (2006). Bij het vernieuwen van de DSM-IV-as-II is een poging ondernomen om het (te) simpele persoonlijkheidstrekken tellen te vervangen door meer psychoanalytisch georiënteerde concepten als ‹identiteit›, ‹zelfsturing› en ‹interpersoonlijk functioneren›.
Een knelpunt blijft een goed overdraagbare en betrouwbare operationalisatie van persoonlijkheidspathologie. Dat hindert niet alleen de wetenschappelijke voortgang, maar ook de opleiding van clinici. Vanuit deze overweging is de tweede editie van het oorspronkelijk in 1994 verschenen boek Psychoanalytic diagnosis — Understanding personality structure in the clinical process van Nancy McWilliams, te verwelkomen. Het presenteert diagnostische concepten aan de hand van vele instructieve voorbeelden, waarbij goed merkbaar is dat de auteur jarenlange ervaring heeft met het gebruik van de tekst in onderwijs en opleiding. De basisgedachte is dat enkel met behulp van doorlopend diagnostisch denken het klinische proces goed begrepen kan worden. In het eerste hoofdstuk wordt dit waarom van het psychoanalytisch diagnostisch denken overtuigend uiteengezet en wordt uitgelegd dat het niet alleen nodig is om bij de indicatiestelling maar ook tijdens de behandeling de juiste attitude en interventies te kiezen. Diagnostisch begrip van de patiënt is voorts onontbeerlijk om op accurate wijze empathisch te zijn