You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Een vrouw van om en nabij de veertig ligt op een brancard. Haar naakte lichaam is losjes bedekt met een wit laken. Zij ligt daar maar te liggen — dood?, of levend?, een echte vrouw?, of een hyperrealistische sculptuur? Je staat erbij en je kijkt ernaar. Maar hoe kijk je? Wat zien je ogen eigenlijk? En van welke afstand kijk je? Of blijft het niet bij kijken? Kom je dichterbij, raak je het laken aan, zacht, stevig? Schuif je het laken behoedzaam weg — van het gelaat, van het bovenlichaam, of ga je zover het hele lichaam te ontbloten en te bekijken, of wend je dan juist je blik af? Leg je nadien het laken mooi terug, of werp je het er slordig wat overheen, of laat je het lichaam naakt of halfnaakt achter? Laat je de vrouw als object van je blik weer verdwijnen in haar auto-intimiteit onder het laken of laat je haar juist onbeschermd achter voor het blote oog van iedereen die passeert? Heel deze scène lijkt de prangende vraag in het daglicht te stellen: ‘Hoe kijken we naar de vrouw?’ Maar ook: ‘Wat is haar nalatenschap?’, wat krijgen we van haar mee, en hoe gretig of weigerachtig gaan we om met haar gift?
Ikzelf bekijk de scène op een videoscherm. In de ruimte waar de vrouw op de brancard ligt, komen voortdurend mensen langs. In hun lichaamstaal zie je de verwarring, hun niet goed weten wat ze met de vrouw aan moeten. Je ziet hen, mannen en vrouwen, aarzelend naderbij komen of een veilige afstand bewaren. Je ziet een aantal van hen de beschreven handelingen uitvoeren, sommigen voorzichtig, eerbiedig, anderen eerder doortastend, onbewogenheid voorwendend. Een enkeling streelt zelfs het gezicht van de vrouw.
Ik kijk naar hoe de mensen naar de vrouw kijken en ermee omgaan, en via hun blik kijk ook ikzelf naar de vrouw. Wat zou ik in die situatie doen? En zie ik haar eerder als dood opgebaard of als levend in een diepe slaap, als uitnodigend of als afwerend, als heilzaam of als gevaarlijk, als een echt mens of als een kunstige constructie? Hun verwarring, hun afwegen, hun on