You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het tweede ISTFP (International Society of Transference-Focused Psychotherapy) congres vond plaats op 29 en 30 september in de Rode Hoed te Amsterdam. De organisatie was in handen van Nel Draijer en Jos van Mosel. Het programma bestond uit een grote hoeveelheid lezingen met een hoog informatiegehalte. De grootste attractie leek Otto Kernberg (New York, vs) te zijn, voorzitter van de ISTFP — althans afgemeten aan het aantal iPads dat de lucht in ging toen hij ten tonele verscheen. In zijn openingswoord karakteriseerde hij Transference-Focused Psychotherapy (TFP) als een behandeling die gebaseerd is op principes ontleend aan de psychoanalyse (het maken van interpretaties, technische neutraliteit, het werken met overdracht en tegenoverdracht) en met succes wordt gehanteerd bij patienten die ongeschikt worden bevonden voor psychoanalyse (bv. ernstige narcistische problematiek). Kenneth Levy (Pennsylvania, vs) presenteerde vervolgens de resultaten van een meta-analyse van de effectiviteit van psychodynamisch georiënteerde psychotherapie (waaronder TFP) in vergelijking tot cognitieve gedragstherapie (waaronder dialectische gedragstherapie) bij de behandeling van borderlinepatienten. Het was een wetenschappelijk doorwrocht verhaal, waarbij methodologisch detail niet werd geschuwd, met de conclusie dat niet aangetoond is dat cognitieve gedragstherapie effectiever is dan psychodynamisch georienteerde therapie.
Ter plekke werd er een korte bijdrage ingelast van Anna Buchheim (Innsbruck, Oostenrijk). Zij deelde bevindingen waaruit