You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Van het PSU-symposium waarop de bundel Depressie en dynamiek is gebaseerd, werd reeds eerder verslag gedaan op deze pagina's (Daggers 2012). In kort bestek vraag ik nog even aandacht voor het boek, om twee redenen. Ten eerste om te melden dat de bekende ‹psu-boekjes›, sinds jaar en dag uitgegeven bij Boom, vanaf nu het daglicht zien bij Uitgeverij Sjibbolet te Amsterdam, mooi vormgegeven door boekverzorger René van der Vooren. Ten tweede bevat de bundel enkele vermeldenswaardige hoofdstukken die niet op het symposium gepresenteerd werden.
Rien Van, Ellen Driessen en Saskia De Maat geven een helder overzicht van de effectiviteit van psychodynamische therapie (PDT) bij depressie en op basis van welke factoren de effectiviteit van de therapie kan worden voorspeld. Na een bespreking van inhoudelijke kenmerken van pdt wordt de stand van zaken op onderzoeksvlak belicht bij zowel kort- als langdurende pdt, met bijzondere aandacht voor de kortdurende psychodynamische steungevende psychotherapie. Een van de conclusies is dat PDT effectiever is bij depressies waarbij relationele factoren een etiologische rol spelen en er sprake is van gerapporteerde traumatische ervaringen.
Vanuit sociologische hoek boeiend is het hoofdstuk van Jette Westerbeek over hoe depressie ook sociaal vormgegeven wordt. De wijze waarop mensen hun depressiviteit beleven en duiden staat niet los van de sociale context en de context waarin de communicatie plaatsvindt. Ze onderzoekt dit aan de hand van honderdachttien verslagen van psychoanalytische indicatiegesprekken op het Nederlands Psychoanalytisch Instituut van 1954 tot1999. De bespreking ervan laat zien hoe de zelfpresentatie en de beschrijving van de depressieve klachten door de dienten in de loop der jaren evolueren, en verschillend bij vrouwen en mannen. Interessant is ook te zien hoe de wijze waarop de analytici de cliënten beschrijven en de criteria op basis waarvan ze menen dat iemand al dan niet voor analyse in aanmerking komt, in diezelfde per