You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In 1983 werd van Michel Foucault een uitgebreid interview afgenomen door zijn Californische collega's Dreyfus en Rabinow van de Universiteit van Berkeley. Eén van hun vragen was of Foucault, die zich in zijn vele werken had toegelegd op het analyseren van de historische bepaaldheid van morele wetten, nog een basis zag waarop er vandaag de dag toch nog een levensethiek te bouwen viel. Foucault liet zich daarop de volgende opmerking ontvallen:
Wat me verbaast, is het feit dat kunst in onze samenleving iets geworden is dat slechts van toepassing is op objecten en niet op individuen of op het leven. […] Maar zou het leven van ieder individu dan geen kunstwerk kunnen zijn? Waarom zijn een lamp of een woning kunstwerken, en niet ons leven? (Foucault 1994, p. 1211, eigen vertaling1).
Het is een prikkelende, enthousiasmerende mogelijkheid die hier door Foucault wordt opgeworpen: het benaderen van het zelf als een kunstwerk waaraan een leven lang geschaafd kan worden.2 Foucault suggereert dat een dergelijke houding in de plaats zou kunnen treden van een van buitenaf opgelegde normering. Levenskeuzes — wat men doet of laat, opzoekt of vermijdt — zouden dan uiteindelijk gebaseerd zijn op een esthetische waardering: de stilering van het zelf.
Ik haal dit citaat hier aan als opmaat voor de thematiek die ik in deze tekst wil behandelen: de intrinsieke band tussen het kunstwerk en het zelf. Beide begrippen zijn historische constructies, en over de precieze evolutie die ertoe geleid heeft dat ze elk een sleutelbegrip zijn geworden binnen de westerse cultuur zijn boekdelen vol geschreven. In dit artikel wil ik niet meer doen dan met enkele voorbeelden uit verschillende historische periodes illustreren hoe verknoopt de beide begrippen zijn. De relatie gaat in twee richtingen. Enerzijds zal de idee van een ‹zelf› pas op de voorgrond treden wanneer het subject dit ‹zelf› ook actief gaat onderwerpen aan cultivering en disciplinering — wanneer het met andere woorden het voorwerp van een cre