You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Doing psychoanalysis in Tehran, een klein, mooi uitgegeven boekje, is sprankelend fris en verrassend, maar tegelijk op en top analytisch en diepzinnig. Het betreft het relaas van een jonge Iraanse psychologe, die na een verblijf van twintig jaar in de Verenigde Staten en Canada weerkeert naar haar ‹moederland› en zich in Teheran vestigt als psychoanalytica.
Het boek leest als een droomrelaas waarin verleden en heden in elkaar vloeien. Voor westerlingen is de tijd zoals water, steeds in beweging, het volgt een stroom, het vloeit ergens naartoe; voor een oosterling valt water in een grote poel, er is geen onderscheid tussen heden en verleden, er is geen beweging. Met het schrijven van dit boek beantwoordt de auteur de prangende vraag, door westerse collega's gesteld, ‹of men in een islamitische republiek wel psychoanalyse kan bedrijven›. Immers, zoals een collega opmerkte, ‹in Iran associeert men niet›. Het werkje is een duidelijk manifest pro psychoanalyse: ‹In Iran doen we niet anders dan vrij associëren, het is een manier van zijn›, stelt de schrijfster, en de Iraanse regisseur Abbas Kiarostami beaamt dit in zijn voorwoord.
Gohar verhaalt haar vertwijfeling, verscheurdheid, ‹vreemdheid› en nostalgie naar een ‹moederland›, tegen de achtergrond van het analytisch werk met een analysant, aangevat kort na terugkeer in Iran. Ze toont zich hierin sterk in het werken met tegenoverdracht en laat zich verstrikken in de zoektocht van haar analysant, die worstelt met narcistische thema's horend bij het onderzoeken van de eigen identiteit. Daarnaast zijn zij beiden verbonden door gewetensconflicten rond goed en kwaad, zo op de spits gedreven in de huidige islamitische vorm van een eeuwenoude, vrijdenkende en poëtische samenleving. Het eigen proces van ‹thuiskomen› loopt hiermee hand in hand.
De vorm van dit boek is de analytische sessie, waarin beide protagonisten, analyticus en analysant ‹de moed hebben het eigen onbewuste te ontmoeten, oog in oog te komen met de vreemde in zich