You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Marion Oliner , een New Yorkse psychoanalytica, is al jaren bekend door haar publicaties over oorlogstrauma. Die blijken alles met haar eigen leven te maken te hebben. In 2007 hield zij op het IPA-congres in Berlijn een voordracht over haar persoonlijke belevenissen als Duits-Joods kind, wier ouders in Auschwitz omkwamen. Zelf was ze zoals veel Joodse kinderen destijds als dertienjarige over de Zwitserse grens gesmokkeld. Ze verloor niet alleen haar ouders, maar alle verdere familie en haar vaderland. Na veel omzwervingen in België en Zuid-Frankrijk groeide ze verder op in de Verenigde Staten.
De lezing die ze hield op de grond waar zij geboren was en vanwaar zij verdreven werd, was heel persoonlijk, maar oversteeg ook het persoonlijke omdat zij zo helder en indrukwekkend onder woorden bracht wat de effecten zijn van traumatisch verlies. Haar verhaal bracht veel teweeg en leverde veel reacties van herkenning op, wat haar verbaasde en ontroerde. Psychic reality in context is voortgekomen uit deze lezing, alsof deze erkenning op Duitse grond, haar vaderland, maar ook het land van haar vervolgers, haar toen de inspiratie gaf om haar theorieën coherent uit te werken.
Het boek bestaat uit twee prologen waarvan er één gaat over haar drie analyses en wat daarin wel en niet hielp. De tweede proloog is een bewerking van de lezing. De volgende hoofdstukken zijn gewijd aan theoretische vragen die een grote rol spelen bij trauma: de functie van het geheugen, de oneigenlijke tegenstelling tussen externe en de psychische realiteit, de betekenis van de zintuigen. Veel van deze hoofdstukken zijn uitwerkingen van eerdere artikelen. ‹Trauma› is een parapluterm waaronder veel, soms te veel, schuilt. In dit geval gaat het om het persoonlijk beleefde trauma als gevolg van de vernietiging van de Joden in Duitsland en de gevoelens van verlies die dat met zich meebracht. Oliner stelt nadrukkelijk dat de traumatisering van de tweede generatie van een andere orde is en eigenlijk geen trauma ge